Close menu
De postmoderne zen van Johan Kleinjan
Coverartiest

Tekst: Edwin Timmers
Foto: Teis Albers / @t.r.albers

De postmoderne zen van Johan Kleinjan

Daar zat ik dan in het atelier van Johan Kleinjan in een voormalig schoolgebouw tegenover het stadion van Sparta, denkend dat mijn voorbereiding op het gesprek met hem tamelijk grondig was geweest. Niet dus. Met elke lade die hij opentrok, elk tijdschrift dat hij uit de kast plukte, elk krabbeltje, plaatje of schetsje aan de muur dat hij aanwees en elk verhaal dat hij daarover vertelde, steeg mijn verbazing. Ik werd getrakteerd op een inleiding op een reeds dertigjarige loopbaan van een veelzijdig kunstenaar. Veelzijdig? Jazeker. Dat hij illustrator is, wist ik. Niet wist ik dat de mappen met dat werk uitpuilen. Werk voor de Volkskrant, voor de Morgen, voor de VPRO Gids, voor Vice, de Rails en meer. 

Ik had wat fraaie knalrode demonen van hem op het web gezien. “Demonen?” zegt hij, “Ah ja, dat was voor HP De Tijd. Iets met sporten.” Johans performance-kant? Geen benul, totaal niet verwacht. Hij trekt een cd uit de kast, een cd in een oplage van twee. “Moet ik nog eens op Discogs zetten,” zegt hij over het gebodene terwijl hij naar een cd-speler loopt. Het ding weigert dienst. De opname van The Behringer Escape Plan heb ik dus nog nooit gehoord. Johan duidt het met de trefwoorden failure en collaps. Ze zouden iets op het podium doen, maar de geluidsapparatuur van het merk Behringer werkte niet. Na de failure en collaps was er iets met karton en nu is er de ietwat schuchtere lach van Johan. Hij denkt met zichtbaar plezier terug aan deze performance, die hij deed met enkele leden van het collectief Antistrot (sinds 2010 Kamp Horst), waarvan Johan ook deel uitmaakte. Dit collectief, ‘a group of artists to work together as individuals’, werd opgericht in ’96 door zes studenten illustratie van de Willem de Koning Academie, lees ik op de website van Antistrot-lid Paul Börchers. Ook staat daar dat: “the group […] came to reject the view that illustrators are not fine artists.” Over dit laatste heb ik Johan niet gehoord. Hij legt een handvol zwart-wit A5-magazines op tafel, het vroegste werk van Antistrot, vervaardigd met behulp van een kopieermachine, wild werk, een rauw spel met conventies, zowel maatschappelijk als esthetisch. 

0 E8 A8317 sm

Daarna legt hij er later werk bij, met illustraties die de leden van het collectief gezamenlijk, gezeten rondom een tafel maakten, alles even eclectisch als ironisch, het klassieke begrip van ‘schoonheid’ tartend en in die zin postmodern. De website: “Like the Dadaists Antistrot uses disparate sources like popular magazines, vintage comics, typography and off course art history. They juxtapose the disconnected images in order to highlight a chaotic irrationality of contemporary society.” Fotograaf Teis wijst op een getekend hoofd op een van Antistrots werken en vraagt wie dat is. “Charles Bronson!” zegt Johan met van verbazing enigszins opengesperde ogen. “Ken je Death Wish niet?” Hierna bepotelt hij zijn laptop om te zoeken naar de garnalenperformance op youtube, maar die vindt hij zo gauw niet en klikt vervolgens op Leprechaun Island, ook een performance. Damn, ook dit is dada, dada met pluche, synths en scheurgitaren. Een klik verder zijn we in New York. “Kijk, hier, krisis,” licht Johan de beelden toe – de volstrekt maf uitgedoste band, een kruising tussen gummieberen en Disneyprinsen in spandex, kwakt het hele podiuminstrumentarium tegen de vlakte. In crescendo begint het publiek te joelen. “In New York kunnen ze dat wel hebben ja. We kwamen altijd bloedend van het podium.” Chaotic irrationality of contemporary society. Niks mis met irrationaliteit. Het leven zou best een collage kunnen zijn, wie weet.

0 E8 A8343 sm

Dat wat men carrière noemt, komt voort uit de wens om lijnen van A naar B te trekken. Als je uit de hand lijnen tekent met een Rotring isograph kom je heel ergens anders uit. En zijwegen zijn smaakmakers. Op de deur hangt een A4’tje met daarop het hoofd en een handtekening van Egyptian Lover. “Egyptian Lover!” zegt Johan. “Heel groot in de jaren tachtig. Echt een Mister 808. Ja, van een Roland 808 – een drumcomputer uit 1980. De man is door Serge van Clone weer helemaal uit de vergetelheid gehaald.” Op youtube kijken we naar een grote man achter een dj-stack in een wit-betegelde ruimte, gevuld met rudimentaire beats. Johan leest de vraagtekens op mijn gezicht en vertelt dat Clone een platenzaak in Rotterdam is, specialist in elektronische muziek én klassiek, met hemzelf als vaste klant. Elektronische muziek, het kwartje van hardcore-punk is voor hem nooit gevallen, ofschoon wel de nodige ervaring binnen de skate-scene opgedaan. “Geen angst, geen skills,” zo vat hij die carrière samen. Volgende week gaat hij skiën, fervent skiër sinds zijn vroege jeugd. Zijn ouders hadden een fruitteeltbedrijf in Hoekse Waard en ontdekten de wintersport in weerwil van de lokale conventie. Hij kijkt er naar uit om weer op de latten te staan en demonstreert soepeltjes enkele ski-moves, die hij begeleidt met een Cruijff-achtige wijsheid: “Als je het eenmaal kunt, hoef je maar weinig te doen.” Ondertussen kijk ik naar mijn vooraf gemaakte aantekeningen. Misschien nog een poging doen om het over zijn werk te hebben, een beetje technisch worden? Of toch maar lekker meedrijven op zijn verhalen over zijn verblijf, meerdere keren, in Tokyo, of China, Rusland? Hij legt het dagboek van zijn eerste verblijf in Tokyo, een uitwisseling uit zijn tijd op de academie, open op tafel. Alle pagina’s ramvol piepklein gekrabbelde zinnen, fotootjes van medestudenten aan de academie daar en mensen die hij op straat of in het park tegenkwam, ook mensen die compleet toegewijd waren aan de body morph cultuur, ramvol, en met heel veel tekeningen, gemaakt met een Rotring isograph. “Er was een taalbarrière, dus het volgen van lessen was geen doen. Met een van de leraren kwam ik tot de deal om elke dag één tekening te maken.” Een Rotringpen draait op inkt en dat maakt schetsen lastig, want elke lijn moet min of meer meteen raak zijn – gummen is niet mogelijk. Het zijn rake tekeningen. “Talent,” zeg ik tegen Johan, maar daar reageert hij niet echt op. Terecht, want een oordeel op basis van rake lijnen van een jongeman, die, inmiddels dertig jaar later zowat kan spreken van een oeuvre, is wat potsierlijk. Kan ik dan wel spreken van een stijl? Mag. Zie je een illustratie of schilderij van Johan, dan zeg je: “Ah, dat is een Kleinjan”. Maar wat is een Kleinjan? Misschien dat drie recente schilderijen een tipje van de sluier oplichten, iets zeggen over de ontwikkeling van zijn vormentaal. Drie schilderijen uit 2023, stuk voor stuk sterke werken. 

0 E8 A8361 sm

Op de eerste, Drempel getiteld, zijn negen vetplanten in evenzoveel bloempotten te zien. De vetplanten zijn behoorlijk natuurgetrouw weergegeven. Dat geldt ook voor de sanseveria op het werk Zonder Titel #2. Op het werk met de titel Severia San heeft de natuurgetrouwe weergave van een sanseveria plaatsgemaakt voor de essentie van de plant én een spel met de vormen en de hoekige beweeglijkheid van het blad in een compositie die vlakvullend is en lijkt te knipogen naar Oosterse kaligrafie. In deze drie recente werken dacht ik te zien dat Johan het spel met de werkelijkheid aan het verlaten was om zich meer te gaan richten op louter de werkelijkheid. Maar dat zag ik verkeerd. “Het is andersom,” zegt hij. “Ik schilder niet zo vaak planten. Dus eerst moet ik ze een beetje leren kennen om ermee verder te kunnen.” Johan tekent of schildert aanvankelijk ‘naar de werkelijkheid’. Heeft hij de werkelijkheid ‘te pakken’, dan gaat hij ermee zijn eigen weg. Misschien is dit ook de weg die hij met zijn weergave van mensenhoofden is gegaan. De hoofden zijn namelijk groot, soms zelfs vlakvullend. “Op de een of andere manier kan ik niet anders,” zegt Johan daarover. “Eerst waren ze nog groter. Nu zijn ze kleiner.” Uit een envelop haalt hij een tekening in vergevorderde staat. Het is de cover voor Bukblad. Met een groen kleurpotlood in de aanslag buigt hij voorover en kijkt weer op: “Dit is trouwens ook een Opsporing Verzocht. Ik teken al eeuwig criminelen van Opsporing Verzocht.”

Recent werk van Johan als autonoom kunstenaar kun je zien op zijn website www.johankleinjan.com. Op Instagram (@johan__kleinjan) ook veel van zijn werk als illustrator.

Terug naar overzicht

Deel dit artikel

Lees ook deze:

Hou mij op de hoogte!

Laat mij weten wanneer een nieuwe editie beschikbaar is.