Tekst: Maartje Kunnen
Lesbische pulpature: ook voor mannen
Afgaande op de mails en tips die wij geregeld binnen krijgen, schat ik in dat de lezersschare van ons mooie magazine voor het grootste deel bestaat uit mannen van een zekere leeftijd. De juiste doelgroep dus voor een artikel over Velvet Publishers, de les-bi-queer-uitgeverij die in 2023 middels crowdfunding het licht zag en die afgelopen januari alweer een zesde publicatie uitbracht: het schitterende fotoboek A Queer Gaze van Marian Bakker.
"Nee, het is voor BUKBLAD, niet voor BOEKBLAD!" Als ik uitgever Daphne de Heer van Velvet Publishers benader voor dit interview is er even verwarring. BOEKBLAD is het vaktijdschrift voor de boekenbranche. Hoewel die titel in kapitalen op het omslag staat, is er helemaal niks punk aan dit blad. Zodra De Heer verneemt dat het om een underground zine gaat, is ze van de partij: "Natuurlijk zijn wij underground, reken maar! Dus niks leukers dan geïnterviewd worden voor een blad dat BUKBLAD heet."
In een vorig Amsterdams leven zag ik Daphne heel dikwijls, op literaire evenementen of gewoon in de kroeg. We hebben elkaar nu al zo’n decennium niet gezien, maar in het Amsterdamse café-restaurant waar we hebben afgesproken herken ik haar direct aan de standvastige haardos die sinds jaar en dag haar gezicht siert. Ze stalt alle boeken uit het Velvet-fonds voor me uit op tafel. Er ligt een vertaalde les-bi-queer-klassieker (De derde vrouw van Natalie Clifford Barney) en een vertaalde, moderne roman (die in de flaptekst wordt omschreven door de geniale zin: "Mijn lesbische roman van Renee Gladman is een experimentele roman over het schrijven van een conventioneel lesbisch liefdesverhaal.)."
Dan is daar nog de pride and joy van de uitgeverij: een serie paperbacks in het formaat van de Bouquetreeks. Je weet wel, die romantische boekjes met een hyperrealistische afbeelding van een veel te knap vrouw-man-koppeltje in omhelzing op de voorkant, vaak geringschattend ‘pulp’ genoemd. Maar dan met een door Loes Faber gemaakte omslag: een kunstwerkje op zich. Je hoeft de stijl één keer te zien om hem voortaan te herkennen.
Binnenin de boekjes maken we kennis met een nieuw genre: pulpature. De Heer is zelf de geestelijk moeder van deze term, een samentrekking van pulp en literature. Toen het genre eenmaal bedacht was, moesten er natuurlijk ook boeken bij geschreven worden. "We benaderden literaire queer auteurs met de vraag hun darlings niet te killen en hun guilty pleasures de vrije loop te laten."
Het verhaal in dit pretgenre draait om de lesbische liefde. Tegelijkertijd speelt het zich af in een postapocalyptische toekomst of een biologische moestuin en komen er universele levensvragen aan bod als: wat te denken en hoe te handelen als je prela je een grillpan cadeau doet? ‘In de eerste plaats geven we de boeken uit voor les-bi-queers, maar het zou leuk zijn als bijvoorbeeld mannen van middelbare leeftijd denken: dit kan ik ook lezen.’
Het fotoboek is dan weer van een heel andere categorie: het geeft een tijdsbeeld van de queer scene in de jaren 1980-1999, waaruit vooral vrolijkheid spreekt. Het is hét overzichtswerk van Marian Bakker waarin een aantal jonge queers een foto heeft gekozen uit haar oeuvre om daar een reflectie op te schrijven. Bakker was onder andere huisfotograaf bij de Gay Games, de Europride en talloze andere evenementen. Daarnaast legde ze intieme huiskamermomenten vast en maakte ze portretten van de les-bi-queers om haar heen.
Voorop het boek staat ‘motorsien’ een uitdagende knipoog te wezen naar ‘Ik Jan Cremer’. Ooit deed het verhaal de ronde dat de politie bij een inval op de kluisjes van Amsterdam CS honderden exemplaren van dat boek vond. Zogenaamd van mannelijke forenzen die het voor hun vrouw verborgen wilden houden. Anno 2026 zouden die kluisjes best eens gevuld kunnen zijn met pulpature.
Een andere knipoog is de titel ‘Twee vrouwen’ van Sytske Frederika van Koeveringe, precies vijftig jaar na het uitkomen van de welbekende, gelijknamige titel. Twee vrouwen vormen hier ook echt de kern van de zaak, zonder Mulisch’ dodelijke interventie door een jaloers mannelijk personage. Velvet heeft een trouwe aanhang, ook onder jongere lezers. De Heer: ‘Van een Gen A-fan kregen wij de vraag waarom we niet op TikTok zaten, maar daar ben ik echt te oud voor. Dus toen heb ik haar gevraagd dat deel voor haar rekening te nemen. Ze heeft de vrije hand. Een breed publiek zullen we vast niet krijgen, maar ik zal ervoor zorgen dat de boeken doorlopend beschikbaar zijn. Zolang ik leef, mag geen enkele van onze romans uit druk zijn.’
Breed publiek of niet, Velvet schrijft geschiedenis. Inmiddels bevindt het manuscript van Zij kwam voor hulp zich al in het Literatuurmuseum. Daar ligt het samen met de stofzuiger van Vestdijk en de typemachine van Biesheuvel. Wat zou er van De Heer in het Literatuurmuseum terecht mogen komen? ‘Wij leven in een les-bi-queer-geïmpregneerd huis.’ Wij, dat zijn De Heer en mede-Velveteer Anna Krans. Het stel is sinds enkele maanden getrouwd. ‘We hebben zelfs een katertje dat Barney heet, vernoemd naar de schrijfster. Dus eigenlijk zou ons hele huis dan geschonken moeten worden. Dat zou dan in het Openluchtmuseum moeten komen staan.’
Prima idee. Tot het zover is, zullen we het moeten doen met de boeken die Velvet Publishers vol pride and joy blijven uitgeven.