Tekst: Jaap Maas
Een ode aan oorspronkelijke wortelrot
Sommige platen zijn verzamelalbums. Andere zijn geschiedenisboeken. Root Damage hoort zonder twijfel in die tweede categorie. Die gedachte kreeg ik niet meteen toen ik de plaat voor het eerst hoorde, maar pas toen ik via de plaatselijke vinyldealer een stapeltje oude nummers van het fanzine en mailordermagazine Trauma op de kop tikte. Bladerend door nummer 4 uit 1993 stuitte ik op een klein nieuwsbericht: vanaf dat moment waren platen van Sympathy For The Record Industry (SFTRI) ook via Trauma te bestellen. Tot die tijd moest je er maar net de juiste weg naartoe weten. Anno nu zou je denken dat zoiets geen probleem meer is; alles is immers met een paar zoekopdrachten te vinden. Toch werkt dat minder goed dan je zou verwachten. Soms heb je nog steeds iemand nodig die een boek uit de kast trekt. Of een algoritme dat precies de juiste bladzijde openslaat. Bij deze.
De meer dan uitstekende verzamelaar Root Damage verscheen in 2003 als dubbel-lp met 28 nummer (de cd-versie met maar liefst 49 nummers). Een serieus dik boek dus. Geschreven door Long Gone John, de creatieve geest van Sympathy For The Record Industry. Hij is gaan grasduinen in zijn catalogus, op zoek naar de blues-output tussen 1989 en 2003. Wat over bleef zijn tracks die, zoals hij zelf zegt, zoete countryballads zijn, moderne interpretaties en ontheiligingen van de blues tot wilde honky-tonk-rommel. Het zorgt voor een smerige, ruige luisterervaring.
Dat vertaalt zich in ‘hoofdstuk één’ (kant a) direct in een opener van jewelste. Georgia Woman van R.L. Burnside, opgevolgd door Length of Pipe, twee blues stompers. De ene van R.L. in de traditionele Mississippi Delta Blues traditie, en de andere met Medway Delta Sound saus van Billy Childish. Mr. Airplane Man gaat er met de eerste cover vandoor, Sun Sinking Low van Fred McDowell. Tussendoor en afsluitend een fijne mix van Americana en alt-country. We komen in South Filthy voor de eerste keer monsieur Jeffrey Evans tegen, hij zal in volgende hoofdstukken nog een belangrijke rol spelen.
Hoofdstuk 2 (kant b) kan niet misgaan. Memphis finest in de vorm Jack Yarber en Reigning Sound. Vervolgens wordt er wederom een duit in het zakje gedaan door de Medway Delta in de vorm van Holly Golightly en The Black Hands. Maar we trappen af met Speedball Baby, een rauwe mix van gospel en blues. En dan is daar dan toch de eerste echte country tearjerker, Needless van de dames van Kirby Grips steekt direct in je hart. Langzaam dreigen de ogen toch wat zwaar te worden. Gelukkig, daar zijn de Deadly Snakes uit Canada, blijkbaar waren ze er doodziek van dat vierde-generatie punk- en indiebands rock-’n-roll als een ironische grap behandelden. Oplossing: zelf aan de bak. En dat is gelukt.
Cover fanzine Trauma nummer 4 uit 1993
Ogen weer open. Hoofdstuk 3 (kant c). Hier leren we de meer bluesrock kant van SFTRI kennen. Er wordt behoorlijk gas gegeven in de eerste twee nummers. Dan komen we Jack Oblivian weer tegen in de Tearjerkers met een klassieke country ballade. Even weer de rust in het hoofdstuk, gelukkig weet Gibson Bros het weer op te schudden. En eindigen we met de prachtige ballad Two Thiefs van Compulsive Gamblers.
Hoofdstuk 4 (kant d) aangebracht op de draaitafel. Veel meer kan er niet te vertellen zijn. Toch nog zeven nummers. Venijn in de staart? We zijn het intussen gewend dat elk hoofdstuk begint met vuur, in dit geval van de Panther Burns, om vervolgens dieper af te zakken in de zielenroerselen van de artiesten en te eindigen via ’68 Comeback met een nummer van Beck. Een nummer van voordat hij miljoenen platen verkocht. Dit is de perfecte afsluiter. Het nummer heeft de feel en sound van de plaat, maar de typisch voor Beck wat dromerige en vreemde tekst, die wel degelijk ergens over gaat.
Het boek is uit. Het was een mooi verhaal, het vertelde ons dat er nog veel meer is waar dit vandaan komt. Platen te ontdekken. Dat er elk jaar artiesten opstaan die de roots opnieuw vormgeven. Het boek is dus figuurlijk uit, want de nummers kunnen we blijven luisteren en ze blijven de verhalen tegen ons vertellen. Echter het boek van SFTRI is al een tijd zo goed als gesloten. Er worden nog wel wat platen uitgebracht, maar het niveau en de passie die je in elk nummer op deze plaat voelt, is verdwenen.
Het laatste woord is aan Long Gone John zelf die over de compilatie zegt: “This collection is dedicated to rail-riders, alley dwellers, the shopping cart battalions, the hobo’s that intrigued me in my youth and to shambles the pretender to the throne of the stripey beast…” Snap je?
Meer weten? Kijk de uitstekende documentaire The Treasures of Long Gone John (2006) op YouTube, maar luister vooral de 49 nummers van Root Damage CD versie op de streaming platformen.