Tekst: André Steenbergen
Foto: Tessa van Raalte
Op de bank met Skate Bush en Marijn Filius
Eind vorig jaar brachten Skate Bush en Marijn Filius nieuw eigen werk uit op respectievelijk vinyl en cassette. Hoewel de muziek van beide artiesten behoorlijk verschilt, is er ook een overeenkomst: het zoekende aspect vanuit een streven naar puurheid. Bukblad wist de twee Arnhemse muzikanten samen op de bank te krijgen voor een dubbelinterview. "Als solo-muzikant ben je geneigd in eerste instantie alleen maar beren op de weg te zien. Maar als je eenmaal op pad gaat, ontdek je dat er ook rozenblaadjes op de weg liggen".
Skate Bush heet in het dagelijkse leven Lisa Otten (29). Haar fraaie album met elf, in echo gedrenkte, lo-fi liedjes verscheen op het label van platenzaak De Waaghals. Ze combineert haar krachtige, zuivere zangstem met spaarzame synth- en basgeluiden en noise. Marijn (33) is gitarist en bracht de cassette ‘Als de nachtwind die fluistert door de spichtige halmen der duingras’ uit op het Minorie label, dat er bekend om staat de grens op te zoeken tussen folk- en experimentele muziek. Zijn instrumentale, akoestische gitaarmuziek (suites zijn het bijna) zou je kunnen plaatsen onder ‘American Primitive’ of ‘Nu-Folk’. Eerder bracht Marijn onder de naam Doka de 5-song EP Cycli uit met een andere sound, ‘Rijn-Delta krautblues met een motorik beat’.
In tijden van ‘code oranje’ weten Lisa en Marijn ongedeerd mijn huis op de gladde hellingen van Arnhem-Noord te bereiken. Ze kennen elkaar. Tijdens het interview luisteren we naar albums van Washington Philips, Brain Eno & John Hassell, Shelley Short, The Natural Information Society, Chris Bell, Mark Frey, De Artsen (ja, die komen uit Arnhem; Bettie Serveert kwam eruit voort) en Dave Bixby. Het wordt een geanimeerd gesprek van bijna vijf (!) uur lang.
Als je jouw muziek aan een vreemde moet uitleggen zónder genres te noemen, hoe doe je dat dan in het kort?
Lisa: “In mijn liedjes probeer ik zo naïef mogelijk te blijven. Alsof ik een kind ben dat naar de wereld kijkt en dat alles te veel en te groot is voor mij. Ik laat meningen los en schrijf pretentieloos van me af. Ik focus me op wat ik mooi vind en die indrukken leg ik vast in geluidscollages.”
Marijn: “Ik wil graag een hypnotische, meditatieve sfeer neerzetten. Dat moet zo puur mogelijk; zonder elektronica of daaruit afgeleide ruis. Ik zie mezelf als een soort filter van de wereld die ik waarneem. Dat wat ik interpreteer, probeer ik op een ambachtelijke manier via mijn handen naar mijn akoestisch gitaar te laten gaan.”
Welke niet-muzikale inspiratie beïnvloedt je werk?
Lisa roept meteen: “Geluiden die je hoort op een bouwplaats! Denk aan een hamer die op een metalen plaat valt. Ik zie zulke geluiden als het ware voor me.” Die wat schurende noise hoor je ook op de achtergrond in haar nummers. Het ongemak daarvan ondersteunt thema’s als liefdesverdriet, eenzaamheid en miskenning, die ze bezingt op haar laatste album.
Marijn: “Ik ben op zoek naar harmonie en voor mij zijn de natuur en de universele gevoelens van mensen heel inspirerend. Niet alleen de schoonheid daarvan, maar ook de dissonantie. Van iets visueels maak ik mentale plaatjes die ik transformeer naar mijn handen, naar mijn gitaar. Zie het als een barcode; je ziet streepjes, maar daarachter zit veel informatie.”
Als we het vervolgens over artiesten hebben die vormend zijn geweest voor de muzikale identiteit, dan noemt Lisa namen als White Noise, Broadcast, het 4AD label, Spinvis en Grouper. Marijn geeft aan dat zijn interesse in de akoestische gitaar begon met de engelse folk (Nick Drake, John Renbourn). Ook gitaristen als Son House, Dock Boggs, John Fahey, en Jack Rose heeft hij hoog zitten. De laatste speelde ook in de band Pelt, een belangrijke inspiratie met name door het gebruik van drones en uitgesponnen stukken.
Wat is de belangrijkste reden dat je alleen muziek maakt en uitbrengt?
“Noodzaak en praktische overwegingen”, luiden de antwoorden op deze vraag.
Marijn: “Dat wat ik wil, zag ik gewoon niet terug in de muzikanten om me heen. Nu ik alleen speel, waardeer ik de vrijheid om te improviseren en kan ik precies doen wat ik wil.”
Lisa: “Ik dacht altijd dat ‘de muzikant’ een ander kaliber mens was. Daar keek ik tegenop. Val ik niet door de mand als autodidact? Het is dus voor mij ook ‘exposure therapie.’ Voor mij zit het mooie en het lastige heel dicht bij elkaar. Ik heb nog maar drie keer live opgetreden en krijg tot mijn verbazing enthousiaste reacties. Ik creëer mijn eigen geluk, weet ik nu.”
Nadelen zijn er ook; te kritisch zijn op je eigen werk of op een muzikaal dwaalspoor zitten (en daar te laat achter komen). Feedback op jezelf geven is ook moeilijk, nietwaar?
Hoe ontstaan bij jullie nieuwe nummers?
Marijn: “Ik maak muziek thuis. Ik ga gewoon spelen en werk vanuit mijn gevoel een thema uit. Dat wat in mijn hoofd zit, gaat naar mijn handen. En dan zet ik de microfoon aan en probeer ik het meteen op te nemen. Vaak lukt dat in één take.”
Lisa: “Ik heb de hele dag door ingevingen. Ook potentiële titels van nummers zitten in mijn hoofd. Dit alles schrijf ik op of spreek/zing ik in op mijn telefoon. Thuis werk ik het op mijn kamer uit. Bij het opnemen vind ik het fijn dat ik beperkte, technische kaders heb. Het internet en bevriende muzikanten helpen wanneer ik op dat gebied ergens tegenaan loop.”
In hoeverre zien jullie overeenkomsten in elkaars werk?
Lisa: “We volgen alle twee een eigen pad waarbij we op zoek naar een visie ofzo. Dat zoekende aspect zie ik ook in Marijns muziek.”
Marijn: “Ik vind ons beide ook non-conformistisch. Uiteindelijk zijn we op zoek naar puurheid. De verschillen zitten meer in het geluid; modern versus pastoraal. De ‘bouwplaats met geluiden’ versus ‘kissing flowers in the forest’. De korte schetsen van Lisa versus mijn uitgesponnen improvisaties.”
We komen tot de conclusie dat hun sound ook melancholisch is: een lichte vervreemding van de alledaagse wereld en een hang naar nostalgie. Een continu rouwproces van ‘whatever’.
Hoe ga je om met social media: noodzakelijk kwaad of creatief verlengstuk?
Als antwoord op de vraag zeggen beiden in koor: “Noodzakelijk kwaad!”
Lisa heeft toch Instagram weer op haar telefoon geïnstalleerd. “Eigenlijk wil ik dat niet, want ik word er onzeker van, doordat ik mezelf steeds met anderen zit te vergelijken. Ook vind ik het te verslavend.”
Marijn: “Ik wil gewoon niet voor een lege zaal staan. Stop ik tijd en moeite in een optreden en komt er niemand. Echt, daar heb ik geen zin in. Dus doe ik, net als Lisa, aan promotie op de socials, hoe dubbel ik dat ook vind. Wel is het waardevol om via social media contact te hebben met mensen uit de internationale scene.”
Hoe is het gesteld met de scene in Arnhem voor muzikanten als jullie?
De scene in Arnhem is klein, maar wel prima, vertellen ze. Men is behulpzaam en lief. Je maakt bovenal je eigen scene; dat zijn vrienden en medemuzikanten, maar ook mensen van/via de platenzaak De Waaghals. “Het is ‘ons kent ons’, dat wel”, aldus Marijn.
Wat betreft de concerten in Arnhem zijn ze kritischer. Het lijkt wel of de Arnhemmer alleen de deur uit gaat voor metal, reggae of standaard (punk)rock. Als het wat anders dan anders is, komt men gewoon niet. En helaas, dan wordt het dus ook niet geboekt.
Marijn merkt op dat er in korte tijd een experimentele scene is opgekomen in de stad. Mede dankzij de concerten van ‘Music For A While’ waar hijzelf ook aan deelneemt. “Echt heel inspirerend. Hier komen muzikanten én publiek op af. Respect!”
Wat kunnen we de komende tijd van jullie verwachten?
Lisa: “Ik ben al bezig met een volgende plaat en daarop zing ik in het Nederlands. Dat schrijft anders en qua klank ligt dat dichter bij me. Verder heb ik dankzij een nieuw keyboard meer beats in mijn songs zitten dan anders.”
Marijn: “Ik zit vol met ideeën! Ik heb nieuwe instrumenten, een 12-snarige gitaar en een 5-snarige banjo, en breng binnenkort twee composities (Midwinter/Spiritualiën) op Bandcamp uit. Verder ga ik meewerken aan een cassette-project van het Belgische label ‘Archaic Tapes’. De bedoeling is om een compilatie te maken van individuele opnamen rondom een thema. De cassette, waarop een basistrack staat, wordt rondgestuurd naar een drietal muzikanten, waaronder ik. Naar verluidt doet Thurston Moore (ja, inderdaad, die gitarist van Sonic Youth) ook mee. Cool toch?”
Het wordt hilarisch bij de vraag wat er zou gebeuren als ze samen in een studio worden opgesloten om één nummer te maken. “Oh, daar komt echt wel iets uit”, aldus Marijn. “Dan gaan we iets experimenteels doen met alleen stemimprovisaties!” Bij het voorstel een split-single te maken, oppert Lisa meteen om in dat geval een nummer van elkaar te coveren. “En dat brengen we uit op het Waaghals label.”
Wat een goed plan! En ook: hoe Arnhems wil je het hebben?