Close menu
Timo van Lierop
Moooi

Tekst: Edwin Timmers
Foto: Teis Albers

Timo van Lierop

“Moooi!” Zo bevestigde Timo van Lierop de afspraak om bij hem in Aarle-Rixtel langs te komen. Mooi met drie o’s is een verwijzing naar de band Mooon die hij samen met zijn twee neven alweer tien jaar levend houdt. Tegelijk is het een duiding van zijn solo-werk, hoewel die dan weer op ons conto mag worden geschreven. Zelf zal hij nooit roeptoeteren over eigen werk, daarvoor is hij te bescheiden. En dat is geen valse bescheidenheid, zoals zal blijken, het is zijn aard, zijn Aarlese inborst wellicht.

Timo stuurde ons een linkje naar zijn privé-account op Soundcloud waarop zes liedjes, omschreven als home-recordings, te beluisteren zijn. Gelijk bij de eerste luisterbeurt daagt het idee dat dit werk een volgende stap is in een muzikale ontwikkeling vertrekkend bij de muziek van Mooon. Waar die band zich verdiept in alle aspecten van de muziek uit de sixties, lijkt Timo die muziek als springplank te gebruiken voor een behoedzame en respectvolle strooptocht door de pophistorie. Hij gaat daarbij niet destructief te werk; hij bouwt zijn eigen (tijdelijke) huis uit hetgeen hem tijdens zijn jarenlange verkenningen raakte. Laten we het resultaat maar even fluwelen powerpop met voelsprieten in de alternatieve country noemen, wetende dat ‘pop’ een woord is dat hem rillingen geeft, omdat hij dat associeert met de hedendaagse door en door commerciële brouwsels in de hitlijsten. Tijdens de tweede luisterbeurt begint op te vallen dat het ‘ego’ opzij geschoven lijkt te zijn. Timo’s solowerk heeft een bijzonder rijke productie, hij stapelde laag op laag. En alle lagen staan op gelijke voet met elkaar – gitaarsolo’s knallen er niet uit, maar voegen zich in het geheel, en de leadzang gaat op in een harmonische samenzang. Alles lijkt in dienst te staan van het liedje. Niet de zanger, maar het liedje staat op de voorgrond. Dit betekent dat het liedje sterk moet zijn om overeind te blijven. Dat is dan ook zo: de liedjes staan als strandhuisjes op een betonnen voet, ze nestelen zich in je onbewuste en steken hun kop op als naar de Plus fietst voor een sixpack bier of als je ongedeerd de behandelkamer van de tandarts verlaat. Het zou best eens kunnen zijn dat Safari, de tweede plaat van Mooon, het startsein is geweest voor de liedjes die hij onder eigen naam maakt. Een safari is een expeditie, een verkenningstocht. De conceptplaat Safari is dat evengoed; een innerlijke reis en een reis naar buiten ter verbinding met de natuur, met dat wat ons omgeeft. Heeft deze plaat Timo’s geest losgeweekt van het sixties-idioom? Dat moesten we hem maar eens gaan vragen.

0 E8 A4445 kleur

Achter het ruitje boven de voordeur hangt een miniatuurversie van een elektrische gitaar. We zijn op het juiste adres. In de smalle gang staan een versterker en een viertal gitaarkoffers tegen de muur. Na een kort moment van ongemak – altijd mooi bij een eerste kennismaking – gaat Timo ons voor naar de woonkamer, waaruit de typische geur van een warme buizenversterker ons tegemoet komt. In afwachting van zijn bezoek heeft hij nog wat gitaar gespeeld. In de woonkamer staan her en der nog eens een stuk of vier versterkers en evenzoveel gitaren. Verder staan er een piano, een Hammond-orgel met Lesley-speaker en een Philicordia, een elektronisch orgel van Eindhovense makelij. “Boven staat het drumstel dat ik voor de opnames gebruikte,” zegt Timo. Welkom in het huis van een muzikant. “Ik heb een tuin,” zal hij later deze middag, wijzend naar de tuindeuren in de woonkamer, opmerken. “Ik kan de hele dag gaan staan harken als ik wil.” De natuur, al wat groeit en bloeit, heeft doorheen de jaren meer en meer betekenis voor hem gekregen – luister maar naar Safari. Toch is een harkende Timo moeilijk voor te stellen in een huis waarvan zowat het hele interieur in dienst van de muziek staat. Als zzp’er geeft hij gitaarles en verhuurt hij zich als gitarist. Verder werkt hij als zelfstandige drie dagen per week in een garage, die oude Volvo’s opknapt, vooral die van de 140-serie, waarvan een stationmodel (De 145) voor zijn huis staat. Een gitarist en techneut dus. Hij pakt een boek uit de kast: “Als je dit boek volgt, weet je hoe zo’n auto in elkaar zit.” Het is zo’n hyperuitgebreide handleiding die tot in de jaren tachtig vorige eeuw van zowat elk model auto beschikbaar was. Zou hij daaruit het vak geleerd hebben? We willen het graag geloven. Zelf dicht hij zich een DIY-mentaliteit toe. Of het nu auto’s zijn of gitaren en versterkers of muziek: als iets hem aanspreekt, duikt hij erin en maakt het zich eigen. Voor zijn liedjes op Soundcloud deed hij letterlijk alles zelf, alles. “Wat ik kan, kan ik doen,” laat hij zich ontvallen. Boerenwijsheid of Brabantse logica, noem het iets. In ieder geval hint hij ermee op verhuld bescheiden wijze naar een houding die niet per se naar perfectie streeft. “Mijn drumpartijen zijn niet altijd helemaal strak, maar dat heeft ook wel weer iets.” Over zijn zangpartijen zegt hij: “Ik voel mezelf niet echt een zanger.” Dit kan wel eens de reden zijn voor de gelaagde, harmonische zangpartijen op de Souncloud-tapes. Hij verstopt zich achter zijn eigen meerstemmingheid. Tegelijk een voorbeeld van hoe onzekerheid over de eigen kwaliteiten tot iets prachtigs kan leiden. “Bij Mooon ben ik gaan zingen omdat iemand dat moest gaan doen.” Op Safari zingen de drie bandleden het gros van de zang samen in, wat nieuwsgierig maakt naar hun derde plaat, die onlangs is opgenomen en dit jaar zal verschijnen.

Mijn drumpartijen zijn niet altijd helemaal strak, maar dat heeft ook wel weer iets.

Heeft Safari Timo’s geest losgeweekt van het sixties-idioom? Die vraag moesten we hem als gezegd stellen. Het antwoord is nee. Sowieso voelt hij zich niet beperkt door Mooon, integendeel. Het was gewoon zo dat hij zich een jaar of vijf geleden zette aan het schrijven van liedjes die hij niet bij Mooon vond passen. Dat is alles. “Een van de redenen dat ik de liedjes nog niet openbaar gemaakt heb, is omdat het te persoonlijk is.” Timo is een romantisch kunstenaar; zijn zielenroerselen komen voort uit zijn worsteling met de werkelijkheid; in zijn kunst smeedt hij werkelijkheid en subjectiviteit aaneen. Tegelijk denken wij dat hij onzeker is over zijn solo-werk omdat hij daarmee even uit het warme, veilige bad van Mooon stapt. Gelukkig zijn er plannen om de liedjes openbaar te gaan maken, op plaat nog wel. En ook is hij bezig om ze live uit te gaan voeren, op instigatie van Gijs, de bassist van de Stardusters, een Neil Young-coverband. Ze hebben al twee keer met dit songmateriaal gerepeteerd. “Ernst van de Stardusters miste dynamiek in de opnames. Als we de liedjes live brengen, krijgen ze die wel. Dan kun je er veel meer mee.” Wij denken dat de liedjes van zichzelf al een dynamische kracht hebben, mede dankzij de bijzonder rijke productie die smeekt om close-listening. Lukt het de band om eensgezind in de liedjes te duiken, dan is Nederland een oorstrelende live-sensatie rijker.

Tenslotte: Timo is dertig. Ruim vijfentwintig jaar voor zijn geboorte werd de muziek geconcipieerd waarop Mooon aansloeg. Hoe kan dat? “Mijn vader had een DVD van Woodstock waarop opnames van The Who stonden. Dat was misschien wel een begin. Vandaaruit ben ik verder gaan luisteren. Die muziek had alles wat de toenmalige popmuziek niet had. Ik kon mezelf ermee tegen afzetten.” Hij zwijgt een moment met de koffiepot in zijn hand. “Maar dat is eigenlijk best wel puberaal.” De puberteit drijft op een reeks van waarheidsmomenten. Pubers prikken de bubbel van prefab-volwassenen lek. Wie zijn pubertijd versmaadt, zal later in zijn leven een burn-out ervaren, de tweede mogelijkheid ter confrontatie met waarheidsmomenten. In alle bescheidenheid bewandelt Timo zijn eigen weg en daar wordt iedereen beter van. Laat die plaat maar komen.

Terug naar overzicht

Deel dit artikel

Lees ook deze:

Hou mij op de hoogte!

Laat mij weten wanneer een nieuwe editie beschikbaar is.