Close menu
Niet iets dat je kleine zusje ook kan
Trinkhall Luik

Tekst: Jan de Vries

Niet iets dat je kleine zusje ook kan

Soms sta ik in een museum voor een kunstwerk dat ik vreselijk vind. Maar dan maak ik toch een diepe buiging voor het idee erachter. Dan denk ik: wat een bijzondere geest moet de schepper van het werk hebben om zoiets te kunnen bedenken. Jaloers ook omdat ik die creativiteit niet heb.

Jaloezie overvalt mij regelmatig in museum Trinkhall in Luik, want daar is louter kunst te zien van mensen met een bijzondere geest. Alle kunst in dat museum is namelijk gemaakt door kunstenaars met een mentale handicap. Vroeger heette dat Art Brut of Outsider Art. Bij Trinkhall gebruiken ze die termen liever niet omdat het museum vindt dat deze kunst op een heel nieuwe manier bekeken moet worden. Weg met de stempeltjes en de hokjes. Het zijn kunstenaars die een aparte plek hebben in de kunsthistorie en van wie het werk door verzamelaars gekocht wordt. En nee, het werk in Trinkhall is niet iets dat je kleine zusje ook kan.

De eerste die art brut ‘ontdekte’ was Jean Dubuffet (1901-1985). Hij schilderde zelf tamelijk wild met dik opgebrachte verf. In zijn werk waren met enige fantasie landschappen of figuren te herkennen. In het werk van geesteszieken, naïeve schilders en kinderen ontdekte hij een eigenheid en originaliteit die hij art brut noemde. Hij verzamelde dat werk. Later werd ook zijn eigen stijl en dat van zijn navolgers art brut genoemd. Ruwe kunst.

Trinkhall heeft een internationale collectie van ruim 3000 werken, die uniek is in de wereld. Op de benedenverdieping wordt een aantal keren per jaar een solotentoonstelling georganiseerd en op de bovenverdieping is wisselend werk te zien van verschillende kunstenaars uit de hele wereld. Tijdens mijn bezoek waren dat vooral Belgen, maar ook van fragiele kunstenaars uit bijvoorbeeld Australië, Schotland, Zweden en Italië. Veel kunstenaars maken hun werk in een atelier, samen met anderen en met hulp van professionals zonder handicap.

Daniel Sterckx

Dat brengt ons meteen bij de geschiedenis van het pas vijf jaar oude museum in het Parc d’Avroy, midden in de stad Luik. Op die plek stond ruim honderd haar geleden een gebouw dat nog het meest leek op een klein Egyptisch paleis. Het was een hal waar je kon drinken. Een trinkhall dus. Volgens de man achter de balie van het huidige museum was dat 100 jaar geleden een leuk Duits-Engels woordgrapje. Als je er om vraagt haalt hij uit een kast in de hal prachtige foto’s van die tijd. Het Egyptische paleisje werd lang geleden afgebroken. In 1979 begon Luc Boulangé in Centre de Hemptinne in het Belgische Orp-Jauche het Créahm (Création et Handicap Mental).

Centre de Hemptinne is een woongemeenschap voor mensen met een verstandelijke beperking. Créahm is geen bezigheidstherapie waar je oma een dag in de week naar toe kunt brengen, maar een volwaardig artistiek project waar de deelnemers als kunstenaars worden behandeld. De kernfilosofie is ‘dat een verstandelijke beperking geen belemmering vormt voor creativiteit, maar juist kan leiden tot een unieke, ongefilterde artistieke expressie’.  De deelnemers worden begeleid door professionals. Uit Créahm ontstond in 2003 het MADmuseum. In 2020 werd dat getransformeerd tot Trinkhall in het Parc d’Avoy.

Wie binnenstapt voelt meteen dat het er anders is dan andere musea. In de hal staat een eenvoudige balie, daarachter is een nis die vol hangt met jassen van schooljeugd die op bezoek is. De man achter de balie haast zich om plaats te maken voor onze twee jassen. In dezelfde hal is een solo ingericht met werk van Inès Andouche. Zij is zo’n kunstenaar die na wat omzwervingen in Centre de Hemptinne kwam. Daar ontwikkelde zij haar creatieve geest. Ines, zoals haar kunstenaarsnaam luidt – met een grote ronde balvormige punt op de i - , werkt vooral in pastel. Voor haar inspiratie put ze onder meer uit afbeeldingen in tijdschriften en dingen die ze zag toen ze in Congo woonde. Je ziet er werken met vissen, planten, alledaagse voorwerpen, duivels en Afrikaanse afbeeldingen. Het is figuratief, kleurrijk werk.

Inès Andouche

Dat is anders op de eerste verdieping waar werken van bijna 30 kunstenaars hangen. Mélancolics heet de expo. Hier overheersen donkere tinten. Ook op deze verdieping is alles eenvoudig maar stijlvol. Verspreid door de ruimte staan grote zwarte schermen waar de werken op bevestigd zijn. Waar je in een ander museum nog wel eens uitgebreide beschrijvingen naast een schilderij ziet, volstaan ze bij Trinkhall met een nummer. Die corresponderen met nummers in een flyer en daarachter staat de naam van de maker, het materiaal dat hij of zij gebruikte, de datum waarop het gemaakt is, het land waar de maker woont en de werkplaats waar hij of zij werkt. Dat is een bewuste keuze. Waar in de reguliere kunstwereld Rembrandt, Monet en Koons merken zijn, staat in Trinkhall veel meer het atelier waar de kunstenaars werken centraal. Behalve de naam Créahm duikt vaak de naam Kunstwerkplaats de Zandberg op. Anderen werken in Project Ability in Glasgow of Atelier Inuti in Zweden. Ze doen allemaal ongeveer hetzelfde: kunstenaars helpen een eigen beeldtaal te ontwikkelen om zo een plek te verwerven in de reguliere kunstwereld.

Wat opvalt is de grote verscheidenheid aan werken. Soms een bijna streetart-achtig werk van de Belg Daniel Sterckx. Een angstaanjagend hoofd met grote holle bloeddoorlopen ogen in zwart met rode accenten. Of neem het werk van de Zweed Mattias Johansson. Ook weer zwart met bruin-rood. Je ziet een persoon op de rug tegenover twee andere personen. Is het een confrontatie of zijn het vrienden met elkaar in gesprek? Het gebrek aan titels laat veel aan de verbeelding over. Ashley Anjuyn maakt vrolijke gekleurde karikaturale portretten, die een groot contrast vormen met de donkere schilderijen. De vrolijke noot in de expositie.

Dat gebrek aan tekstbordjes naast de werken wordt ruimschoots gecompenseerd met uitgebreidere, algemene teksten aan de muur. Je krijgt bij Trinkhall niet alleen beeldende kunst, maar ook poëzie en het betere proza. Zoals deze, over de titel van de expositie Mélancolics: “Melancholie is vreugde noch droefheid; herinnering noch vergetelheid; schoonheid noch lelijkheid; hoop noch wanhoop; verlangen noch ontgoocheling; gebrek nog volheid, maar de plaats van waaruit ieder van ons anders is en waaruit we, onophoudelijk, worden”.

Eén van de blikvangers is een hut die door kunstenaars samen is gemaakt van aan elkaar geknoopte lappen in bonte kleuren. Er draait een video over het maakproces. Fascinerend om te zien met welk een jaloersmakende concentratie en toewijding de mentaal gehandicapte kunstenaars zich op het selecteren en knopen van de stoffen toeleggen. Bij die hut hoort ook een tekst, die eigenlijk alles zegt: “Beschut tegen de angstaanjagende geluiden die de wereld overspoelen – het geweld, de bedreigingen, de ontkenningen, de obscene blindheid van het nieuws – staan we in onze hut, in het Trinkhall Museum, en vieren we, tegen alle verwachtingen in, bescheiden ambitieus, wat we de expressieve kracht van fragiele werelden noemen”. – Actueler kan een expositie niet zijn.

De expositie Mélancolics en het werk van Ines Andouche zijn nog te zien tot 5 april 2026

Terug naar overzicht

Deel dit artikel

Lees ook deze:

Hou mij op de hoogte!

Laat mij weten wanneer een nieuwe editie beschikbaar is.