Close menu
Ondergedompeld  in Eefje de Visser
Nederlandstalige kleinkunstpop

Tekst: Edwin Timmers

Ondergedompeld in Eefje de Visser

Ruim tien jaar geleden werd ik tijdens een gesprek over Spinvis op Eefje de Visser gewezen door een liefhebber van Nederlandstalige kleinkunstpop. De vergelijking met Spinvis begreep ik na het beluisteren van wat opnames op youtube, maar ze kon zich naar mijn mening niet met de maffe bard uit Nieuwegein meten. Niettemin nestelde Eefje zich in mijn onbewuste en zo ging het leven verder.

Het was Jan Kooi die in zijn ELPEE-nieuwsbrief linkte naar de clip van Scheef van de plaat Nachtlicht uit 2016. De melodie in Scheef is fantastisch, heeft hier en daar Bach-achtige krullen. Verder raakte me de productie. Van een tamelijk sobere bandsetting was haar muziek uitgebot in trefzeker gearrangeerde, winters aangeklede synth pop. Ik kocht de plaat, draaide die graag en gaf ‘m aan mijn dochter omdat zij ‘m mooier vond. Een paar jaar geleden verraste Eefje en haar band me aangenaam met de opvoering van een liedje in een of ander muziekprogramma op tv. Dit was niet zomaar een live-optreden, dit was een show, waarin stemmen, licht en lichamen meebewegen op goeddeels elektronische muziek. Dit neigde naar theater, dit wilde ik graag eens in het echt zien.

In de Bossche Brabanthallen stond nog niet eens zo heel lang geleden deerniswekkend vee te loeien, tenminste, als het dat nog kon. Sinds enkele jaren probeert men de hallen met mensen te vullen. Volle bak was het bij een reünie-show van de Dolly Dots. Daar was ik niet bij. Op de parkeerplaats wijzen mannen in fluorescerend oranje pakken me met hun krakende portofoons naar een enorme nishut. Eenmaal binnen geniet ik van de knoeperds van betonnen spanten die de constructie dragen. Beton komt het geluid zelden ten goede, maar die gedachte verdring ik. De ruimte waar Eefje plus band gaat spelen is afgeschermd met metershoge gordijnen. Vooral het jongere publiek verbaast zich over de tribune. Liever bewegen ze wat; stilzitten doe je achter je laptop. Voordeel is wel dat het podium gelijkvloers is, dat wil zeggen: er is geen podium. Uitverkochte zaal trouwens, ik schat zo’n 800 tot 1000 bezoekers. Ik ben hier samen met A. We nemen plaats achter een stel van rond de vijftig. De vrouw raadpleegt permanent haar mobieltje in afwachting van wat komen gaat. Ik kijk over haar rug mee. Ze legt de laatste hand aan een kruiswoordpuzzel en zoekt vervolgens op verzoek van haar man naar dat ene hitje van Froukje. Als ze het liedje gevonden heeft, legt ze het mobieltje tegen zijn oor. Ja, deze bedoelde hij. Hierop opent de vrouw Whatsapp. Ze vraagt ene Nick of hij morgen thuis is. Ze bergt haar telefoon weer op om hem een paar tellen later weer te openen. Nick zegt dat hij op het vliegveld staat te wachten op zijn koffer. Ik vertel tegen A wat ik lees. Ze vindt het niet kies dat ik meelees. “De vrouw geeft me zelf de mogelijkheid om mee te lezen,” werp ik tegen. A laat zich niet vermurwen, maar stoot me even later wel aan met de vraag hoe het Whatsapp-gesprek verder is verlopen. Aangezien ik alweer met iets anders bezig was, verzin ik maar wat. “Nick zal morgen niet thuis zijn, want hij voelt zich wat ziek.” A heeft een achtergrond in de verpleegkunde dus wil weten wat zijn klachten zijn. “Hoofdpijn,” zeg ik, “maar het begon een paar dagen geleden met jeuk in zijn schaamstreek.” A gaat op de punt van haar stoel zitten en dwingt me tot het inwinnen van meer info. Op het scherm verschijnt een ‘tot morgen’ van Nick. “Hij reageert met zo’n schaamrood-emoji,” vertel ik tegen A, “en zegt dat hij een wel heel warm feestje heeft gehad. Hij wacht het een paar dagen af en zal, als de klachten aanhouden, naar de dokter gaan. Vervolgens zei hij dat zijn koffer eraan kwam en sloot hij af met een ‘doei’ en drie kruisjes.” De zeskoppige band loopt onder applaus en gejoel het podium op.


Liever bewegen ze wat; stilzitten doe je achter je laptop.

In de teksten van Eefje de Visser zoeken taal en werkelijkheid naar contact. Nooit vallen die twee samen en dat geeft de teksten zowel een openheid als een mysterieuze spanning. De plaattitel Nachtlicht spreekt in die zin van een verlangen naar helderheid, duidelijkheid en zichtbaarheid. Licht in het donker. De plaattitel Bitterzoet legt twee uitersten in één ervaring en zegt daarmee veel over het leven. De sensuele lichaamstaal van de drie zangeressen (inclusief Eefje) verdrijft in een bijzonder fraaie en teruggehouden choreografie de bittere kant ervan. Het publiek lust er pap van; het gros komt van z’n stoeltje. Zowat alle liedjes ontvouwen zich in slow motion als een bloem in het licht van een rijzende zon. Het team rondom Eefje de Visser begrijpt dat popmuziek meer dan louter een deuntje is. De mysterieuze spanning van de teksten lijkt te zijn vertaald naar de presentatie. Een grote ego-show wordt het hierdoor goddank niet. Het team bewaakt het mysterie, vliegt niet uit de bocht, waardoor de show soms iets van een rituele dienst krijgt, een optelsom van handelingen in dienst van iets hogers, wat dat ook moge zijn, een sektarische hoogmis waarin zowel het lichaam als de geest gevierd wordt. Muziek wordt theater. Geen rock&roll, wel een overgave van een andere soort. Het werkt, dus je gaat erin mee. Neuriënd en de slangachtige armbewegingen van de zangeressen kopiërend verlaten A en ik de betonnen kolos waarin zelfs het geluid erg goed was. “Toch vervelend voor Nick,” zegt A. “Dat hij ziek thuiskomt van vakantie.” Ik zeg dat ik denk dat het wel goedkomt. “Hij heeft in ieder geval een mooie vakantie gehad.” Of een zakenreis.

Terug naar alle artikelen

Lees ook deze:

Hou mij op de hoogte!

Laat mij weten wanneer een nieuwe editie beschikbaar is.